Zwemleraren in hoger beroep tegen vonnis
Rhenen – De drie zwemleraren die op 22 juni 2017 door de Rechtbank Midden-Nederland veroordeeld zijn voor dood door schuld stellen beroep in tegen dit vonnis. De zwemleraren – bijgestaan door mr. Mariska Pekkeriet en mr. Anno Huisman – kunnen zich niet vinden in het oordeel van de Rechtbank dat zij schuld hebben aan de dood van het verdronken 9-jarige meisje Salam.
Bij de beslissing om beroep in te stellen heeft de verdediging onder andere betrokken dat het van groot belang is om te weten hoe dit drama zich heeft kunnen voordoen. Cruciaal daarbij is het tijdstip waarop Salam uiteindelijk te water is geraakt en verdronken. De Rechtbank heeft geoordeeld dat dit moet zijn gebeurd tijdens het vrij zwemmen. Naar de mening van de verdediging is het daarentegen waarschijnlijker dat Salam te water is geraakt nadat zij naar de douches is gelopen en onder de douche heeft gestaan. Dit moment van overdracht van de leerlingen is belangrijk nu het hier een schoolzwemles betrof, het moment dat de kinderen gaan douchen is het moment van overdracht van verantwoordelijkheden aan de school.
Hoewel onderkend wordt dat een procedure in hoger beroep op menigeen – inclusief de nabestaanden – een zware wissel zal trekken, ziet de verdediging een groot persoonlijk en maatschappelijk belang om het Gerechtshof te vragen om opnieuw het feitencomplex te beoordelen.
