Uit de oude doos (6)

‘Cobus is niet meer, ik nog wel’

Rhenen/Lienden – De jaren ’50 en ’60, grote gezinnen op Vreewijk die over grote tuinen beschikten en nagenoeg zelf in de eerste levensbehoeften konden voorzien. Zoals ook de familie Brouwers aan de Vreewijkstraat. Een gezin dat uit acht personen bestond, vader en moeder en zes kinderen. Drie om drie, met andere woorden, drie jongens en drie meiden. De pater familias verdiende de kost als metselaar bij Veenbrink.

“Ja, we hadden inderdaad een grote tuin. Daar werd van alles eetbaar op verbouwd. Groenten en snijbonen die ook in de weck werden gedaan, eten van het land. We hadden geen tekort. Ook bij buurtgenoten werd er een en ander geteeld en gekweekt. Honger hebben we derhalve nooit geleden. Een stukje vlees kwam er ook op tafel. Van Cobus het varken’’, aldus Wim Brouwers (73), de geboren Rhenenaar die inmiddels al weer enige tijd woonachtig is in het Betuwse Lienden.

Cobus
Wim Brouwers kan prachtig en boeiend verhalen vertellen over die tijd van vroeger en heeft een fotografisch geheugen. Zit boordevol herinneringen die hij graag met anderen deelt. Herinneringen die hij met tal van oude foto’s nog eens een extra dimensie geeft. (Op bijgaande foto staat de 5-jarige Wim naast Cobus, het geslacht varken die op een ladder gehangen is). Het is een foto uit 1953. Het varken dat dus de naam Cobus had. Wim Brouwers: “Het was zo maar een naam. Het dier woog maar liefst 250 pond. Het was een van de varkens die we thuis zelf hadden groot gebracht. Als bij een boer biggetjes werden geboren, en de moeder (zeug) niet genoeg tepels had om al dat kleine grut met die vrolijk zwiepende krulstaartjes te voeden dan konden de overgebleven biggetjes gratis worden opgehaald. Zoals mijn vader dat ook deed bij een boer in Achterberg. Voor huisvesting van de dieren had hij ook gezorgd door een klein schuurtje te bouwen. Met en opening, zodat ze ook naar  buiten konden. Ook onze buren, Baars geheten, hadden een varken”.

Schillen
Wim Brouwers vervolgt: ‘’We brachten de dieren groot met de fles (met melk). Vervolgens kregen ze gekookte aardappelschillen. Ik kan de geur ervan nog ruiken. De aardappelschillen haalde ik met een kinderwagen op in de buurt. Behalve de schillen van aardappels zaten er ook fruitschillen bij, maar geen brood. Overbleven brood werd er destijds nauwelijks weggegooid. Daar werd broodpap van gemaakt om zelf te nuttigen. Als je dit aan de jeugd van nu vertelt, dan beginnen ze te gruwen. Toen de welvaart steeg verdween echter het nuttigen van het broodpap. Behalve schillen werden de varkens ook gevoerd met andere overbleven etensresten. Nadat ze volgroeid waren en op gewicht waren werd slager Van der Heijde uit Rhenen erbij gehaald om het te slachten. Vervolgens werd het varken, zoals de traditie dat destijds wilde, op een ladder gehangen. De slager kocht van ons het grootste deel van het varken. Voor ons bleef er ook het nodige over. Ik weet ook nog dat na het slachten door mijn vader en de slager een borreltje genuttigd werd”. Wim kijkt met genoegen terug op die tijd van vroeger. Leerde in die tijd ook om ook de handen, en het waren bepaald geen twee linkerhanden, uit te mouwen te steken en te werken voor een boterham. “Ik bracht als jochie van nog geen 8 jaar Het Utrechts Nieuwsblad al rond. Inde daarbij ook het abonnementsgeld”. Na veel succesvolle jaren in de fotografie, waarin hij een goed lopend eigen bedrijf wist op te bouwen, geniet hij inmiddels met zijn vrouw Hetty van een welverdiend pensioen. Wim laat vervolgens weten dat hij graag bereid is meer verhalen van vroeger te delen met de Grebbekrant. Hij heeft een schat aan verhalen te vertellen. Dus schuiven we graag aan om met Wim naar die tijd van toen terug te keren.

Foto: Archief Wim Brouwers.