Mijn pijp was mijn beste maat

‘’Mijn pijp, dat was mijn beste maat. We waren nagenoeg onafscheidelijk. Jaren lang. Alleen in bed en onder de douche stelden we het zonder elkaar. Alhoewel, ik met pijp en al wel eens onder de douchekop ben gestapt. Pakken met gesneden tabak heb ik gerookt. Tal van tabakssoorten in de kop van de steel gestopt, om vervolgens te zweren bij het merk ‘Troost’, tabak met een cacao aroma.’’

Rhenen –  Henk ter Burg (77), een geboren en getogen Rhenenaar, troffen we thuis in zijn woning aan de Julianastraat in Rhenen. Gezeten op een bank genoot hij zichtbaar, de slierten rook uit de pijp komend al volgend. Altijd tot een praatje bereid. Bij zijn schoonzuster thuis, want dat praatte volgens de inwoner van Rhenen prettiger. ‘’Een pijproker is tegenwoordig een zeldzaamheid. In ieder geval op straat. Wellicht dat er binnenshuis nog door rokers aan de pijp getrokken wordt. Ik was zestien jaar toen ik met roken begon. Geen pijp. Maar een sigaret van het merk Stuyvesant, die ik in mijn linkermondhoek stak. Nee, ik was geen fanatieke roker. Dat was wel het geval toen ik met pijproken begon. Dat was toen ik achttien jaar werd en het tussen mijn tanden en kiezen stak.

Als dienstplichtige ging de pijp mee naar Curacao en later naar New Guine’’, zo zegt Henk. Eenmaal thuis in het koude Nederland, bleef de pijp branden. ‘’En niet zo’n klein beetje ook. De hele dag had ik de pijp van teakhout in mijn mond en flink het vuur er in. Heb veel tabakssoorten geproefd. Waaronder veel van die gesausde tabak uit Denemarken. Ik heb een aantal jaar de merken ‘Coopvaert’ en ‘Neptune’ geprobeerd en raakte vervolgens verslingerd aan de cacao aroma van ‘Troost’.  Zelfs op de bromfiets brandde de pijp. Dat kostte me twee keer toe een T-shirt, want door de wind kwamen de vuurvonkjes op het textiel terecht. En het is me keer overkomen dat mijn sporttas begon te roken. Was vergeten de pijp goed uit te kloppen’’, aldus Henk. Henk rookt niet meer. ‘’Keelproblemen. Niet dat het me door de chirurg verboden is, maar het paffen heb ik er maar aan gegeven’’, besluit de oud stoffeerder van meubelfabriek Koekoek.

Foto en tekst: Henk Jansen