Mensen Mensen

Stoer, lang, potig en krachtig de pedalen van zijn stalen ros, een degelijke herenfiets, rond trappend en een grote schoudertas dragend. Zo zie ik Van Wijk, de huurbaas die woonachtig was aan de Van Deventerstraat, op vaste tijden bij ons de M.W. van de Waalstraat, in de Rhenense volksmond ook wel de ‘Waalbuurt’ genoemd, inrijden om aan te bellen bij bewoners van de zeven gemeentewoningen. Ik zag hem menig keer tevergeefs aan een bel trekken voor zover aanwezig, of anders zien kloppen. Ook bij ons thuis ving hij meerdere keren bot. Met andere woorden, aan de inning van de huur kon op dat moment niet worden voldaan. Als er na herhaaldelijk kloppen toch werd opengedaan door meestal moeder de vrouw, want de mannen zwoegden allemaal op de steenfabrieken of in de bouw, hoorde Van Wijk met de nodige compassie of empathie de verhalen aan dat het even niet goed uit kwam. Hij zette een krabbel in een boekje en stapte naast zijn fiets lopend naar de Isaakzijde en de Roelofzijde, de twee zijstraten van M.W. van de Waalstraat om vervolgens richting de Utrechtsestraatweg te rijden nabij het benzinestation van Puyk waar destijds ook een aantal huurwoningen stonden. De achterstallige huur kon en werd vervolgens bij Van Wijk thuis gebracht. Vaak was het dan ook even wachten voordat hij de deur opende. Van Wijk, die een verwoed ‘duivenmelker’ was, moest natuurlijk door zijn vrouw uit zijn duiventil worden gehaald.

‘In de buurt op de pof eten en ook kleding kopen’
Clementie met de hardwerkende arbeiders hadden ook kruidenier Keijman, schoenmaker Hoksbergen en Nellestein, van de gelijknamige textielzaak. Winkels die aan de Nieuwe Veenendaalseweg zaten. Op de pof of op de lat kopen heette dat vroeger. Bij diverse kruideniers hadden klanten een boekje waarin de wekelijks boodschappen en de gemaakte kosten werden genoteerd. Aan het eind van de week werden de ‘schulden’ voldaan. Bij de de textielwinkel van Nellestein werd geen dergelijk boekje gebruikt. Daar werd het tegoed dat de heer Nellestein nog te incasseren had op een kladje geschreven dat vervolgens verdween in een van de laden van de toonbank. Bij Nellestein werd afgerekend als bij de gezinnen de kinderbijslag binnen was waar elk gezin om de drie maanden meer dan reikhalzend naar uitkeek, de postbode met jubelkreten werd begroet en het geld kon worden geïnt. Ook bij schoenmaker Hoksbergen werden de schulden van aanschaf van nieuwe schoenen of het herstellen ervan afgerekend. De hier genoemde winkeliers, alsmede Van Wijk de huisbaas, waren ‘Mensen Mensen’ en met mensen gingen ze om als mensen. Net als Jan Goris, eigenaar van café ‘De Driehoek’, niet moeilijk deed als het bedrag van gedronken dranken dat op een bierviltje was geschreven, niet direct betaald werd.

Reageren:jansenh@ziggo.nl