Loes is boos!

Daar waar ik met vriendjes, straat- of buurtgenoten ravotte, soms in de rol van Anton Geesink die toch de beste judoka van de wereld was geworden en ook nog eens een Olympische medaille had gewonnen, is het plantsoentje een pleintje geworden dat nu deel uitmaakt van het Henk Deys pleintje, vernoemd naar de oud Rhenense apotheker en auteur die wat geschiedschrijving van de gemeente Rhenen betreft van zoveel betekenis is geworden. Een plek waar ik nu jongeren tegen een muur zien hangen of zitten en druk in de weer zijn met hun mobiele telefoons. Ook al was het plantsoentje bepaald niet aangelegd om er op te spelen, we deden het toch. Blijvend alert want de hermandad in de personen van Van Wely en Abrahamse konden zo maar opduiken. Uitkijken moesten we zeker als we ons in de begroeiing begaven, gewapend met houten zwaard, een geweer van hout of met een pijl of boog. Om in de geest van de koene ridder ‘Ivanhoe’, ‘Old Shatterhand’ of ‘Winnetou’ elkaar onderling te lijf’ te gaan. Met vliegertouw of een stuk elastiek en een taaie boomtak werd een pijl en boog gemaakt. We klommen via de dichtbegroeide struiken op de muren rondom de Panoramamolen. Ik geef toe we waren destijds in ons gedrag in het bezit van eigenaardigheden en soms krankzinnigheden en zonder het te beseffen zochten we het gevaar op.

Loes gaf ons de schuld van een inbraak en vernieling
We zaten elkaar achterop op de bovenloop van de Panoramamolen als een ware Don Quichot die de wieken van de molen als grote reuzen zag waartegen gevochten moest worden. Tot onze grote schrik kwamen we oog in oog te staan met Loes, later bekend als ‘Tante Loes’ die destijds in de molen woonde. Zij beschuldigde ons niet alleen van vernieling van een van ramen, maar ook van inbraak. De politie werd erbij gehaald. Ondanks het ontkennen in alle toonaarden kregen we ze thuis goed getrokken, in ieder geval was het een hele week niet buiten spelen en lagen we ’s avonds om zes uur al in bed. Of Loes aan onze ouders geld gevraagd heeft voor de vernieling weet ik niet. Wat we wel te weten kwamen, en dat via politieagent Van Wely, was dat iemand anders de vernieling en de inbraak had gepleegd. Er was en man uit Elst opgepakt. ‘Tante Loes’, zoals ze later ook door ons werd genoemd, heeft nooit excuses aan ons gemaakt en ook niet aan onze ouders. Ik vond het wel fideel van Van Wely dat hij het ons, terwijl we bij de muziektent aan het voetballen waren, kwam vertellen. Van ressentiment van mijn kant voor ‘Tante Loes’ is later nooit sprake geweest, want ik interviewde haar menige keer voor de krant over haar inzet voor mensen in Israël en de ‘Stichtse Oever’ die volgepakt stond met dozen kleding en andere zaken.

Reageren:jansenh@ziggo.nl