Likken

Iedereen heeft het wel een keer gedaan, likken! Met de tong een etensbord schoonmaken, dat deed je niet in een restaurant of bij een feestelijke maaltijd bij familie, kennissen, vrienden of gewoon thuis. Wie deed dat vroeger niet? Ik moest er aan denken toen mijn vrouw onlangs weer zo’n heerlijk bord eten op tafel zette een heerlijk geurende maaltijd. Ik kon de neiging vervolgens niet onderdrukken om de rest van de saus die nog op het bord aanwezig was met mijn tong op te likken. Dat kwam me direct op vermanende woorden van haar kant te staan. Toen maar mijn vingers gebruikt en die vervolgens afgelikt. Andermaal kwam me dat niet alleen op boze blikken te staan. Het hielp ook niet toen ik haar liet weten dat dat vroeger bij ons aan tafel nagenoeg normaal was. Zeker wanneer er sprake van een nagerecht was in de vorm van chocolade vla, met zelf geklopte slagroom, rijstepap of de door onze moeder zelf geklopte pudding van Dr. Oetker die vaak te zoet was. Ons gezin bestond uit negen personen. Met andere woorden, elke avond was er sprake van een bacchanaal. Een braspartij om precies te zijn, op maar negen borden want een groter servies aan borden hadden we niet. Op het bord waar de andijvie, spruiten, boerenkool of de erwten- en bruine bonensoep op had gelegen likten we vervolgens met onze tongen zo schoon mogelijk, want ook het toetje kwam er op.

Om de broodtrommel van vader zaten weckringen
Er kwam altijd voldoende eten op tafel. Schraalhans was zeker geen keukenmeester in ons gezin. Ik heb eens gelezen dat eten de oplossing is voor iemand die niks te vieren heeft. Bij ons was nagenoeg elke maaltijd een feest. Als onze lievelingsgerechten op tafel kwamen konden we daar de hele dag naar uitkijken. Natuurlijk waren sommige stamppotten niet naar het ‘bekkie’ van enkele van mijn broers of zussen, maar er bleef maar zelden wat eten op het bord achter. Ik had broers die voor twee konden eten, zoals mieren die over twee magen beschikken dat doen. Het was voor ons kinderen een genot om te zien hoe moeder kon genieten van eten en onze vader at ook met smaak. Er was maar weinig wat niet naar zijn zin was. Hij zette zich dan altijd ook goed geluimd aan tafel. Toch kon hij ook wel in mineurstemming geraken. Zeker als een van de kinderen het eten ging prakken, ‘muizen’, zoals dat door mijn moeder werd genoemd. Vader deed zwaar werk, hij nam dan ook elke dag een gevulde broodtrommel vol ‘brandstof’ mee. Om de trommel zaten dikke weckringen. In de trommel kwam alleen brood van bakker De Jong, destijds gevestigd aan de Nieuwe Veenendaalseweg. Ander brood bliefde onze vader niet. Dat gold ook voor de groenten. Die werden gekocht bij Baars aan de Rijnstraat. De aardappelen kregen we van een oom. Eigenheimers. Volgens onze moeder de beste aardappel om te koken.

Reageren: jansenh@ziggo.nl