In the picture (6)

Aad, de fietsende en steppende man

Rhenen – Hij fietst al zolang hij als jochie op de pedalen kon staan en deze kon voortbewegen langs ’s Heeren wegen’, niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland trapte hij duizenden kilometers weg. Deed dat ook steppend. Wie in Rhenen kent Aad Rodenburg (80) niet. De fietsende en steppende man die nog steeds zonder ondersteuning vele kilometers asfalt en andere grondsoorten onder zich wegtrapt.

Aad Rodenberg is drie fietsen rijk. Een racefiets waarachter hij een karretje kan koppelen om er voor grote tochten een slaaptent en andere noodzakelijke dingen mee te vervoeren. De ‘Pedersen’ fiets beschouwt Aad als de grootste parel op twee wielen. ‘’Rijden op een Perdersen, een fiets van Deense makelij is steeds weer een grandioze ervaring. Op deze fiets zit je kaarsrecht. Op het moment dat je een bocht inzet, stelt de fiets zich daarop in. Op deze fiets lijken je benen trouwens twee keer zo sterk. Ik mag er graag grote tochten op maken”. Daarnaast beschikt hij ook over een gewone dagelijkse fiets. De inwoner van Rhenen maakte zelfs veel kilometers in een ligfiets maar die heeft hij om veiligheidsredenen op den duur maar weggedaan. ‘’Ik ben een paar keer omgekieperd en werd steeds banger. Dus die heb ik maar van de hand gedaan’’, aldus Aad. Een lange tocht op de step schuwt Aad ook niet. Op zijn speciaal vervaardigde step ging hij zelfs verschillende keren de verre landsgrenzen over. Zoals naar Slovenië. Tochten in midden Europa zoals ook naar Olomouc in Tsjechië deed hij met zijn fietsen. ‘’Tochten van drie weken. In Olomouc kwam ik via Hans Burgersdijk terecht. De Wageninger die onder meer de hardloopwedstrijd van Berg- tot Berg organiseerde en ook lange wandeltochten hield in onder meer Olomouc. In Domzale, een plaats in Slovenië, werd ik  gespot door de schrijvende pers en zelfs de televisie besteedde er een item aan me. Trouwens de eerste keer dat ik de verre reis per racefiets naar Domzale in Slovenië maakte is alweer 50 jaar geleden”, zegt Aad.

Bodegraven
Aad Rodenburg werd acht decennia geleden geboren in Bodegraven, werkte als 15-jarige al bij vogel Avifauna in Alphen aan den Rijn en kwam als 17-jarige naar Rhenen voor een baan bij Ouwehands Dierenpark. “Ik vond in Rhenen eerst onderdak in drie kosthuizen. Eerst bij Bep en Dorus van den Brink aan de Roghairweg. Vervolgens bij de familie Blok. Ries Blok was buschauffeur bij de NBM. Mijn derde kosthuis was bij de familie Bovenschen aan de Torenstraat. De pater familias van dit gezin was postbode”. In het Ouwehands Dierenpark waar Aad 5 jaar werkte, onderging hij een vervelend moment. Daarover Aad zelf: ’’Ik werd in mijn kuit gebeten door een Maleisische beer. Bloeden dat het deed, maar heb er geen blijvend lichamelijke letsel aan overgehouden. Na 5 jaar Ouwehand Dierenpark kwam ik te werken onder wijlen El Bouzie, destijds professor aan de Wageningse Universiteit. Dat was in de pluimveeteelt. Op mijn 65e kwam er een eind aan mijn werkzame leven. Maar nog even over mijn eerste jaren in Rhenen. Na drie kosthuizen vond ik een plek op camping De Thijmse Berg waar ik woonde in een caravan. Inmiddels samenwonend betrokken mijn vrouw en ik een flat aan de Rozenlaan’’. Het echtpaar Rodenburg kreeg drie kinderen. Aad en zijn vrouw genieten inmiddels al jaren van het woongenot aan de Kastanjelaan, maar Aad verlangt op sommige momenten nog steeds naar Zuid-Holland, zijn geboortegrond.

Schoonmaken
Naast fietsen en steppen verricht Aad Rodenburg ook vrijwilligerswerk. Aad: “Ik houd de Cunerakerk schoon. Ik zou echter willen dat ze mij de sleutel van de kerk gaven want dan kon ik op andere plekken in de kerk ook de bezem er eens goed doorheen halen.’’  Voor Aad Rodenburg ook een 12-tal niet alledaagse vragen:

Wat is de vreemdste plek waar je ooit wakker bent geworden?
Dat is me tijdens mijn verre tochten op de step of fiets nog nooit overkomen. Ik vermijd wel enge ruimtes. Ik heb eens een keer voor mijn werk in een put moeten kruipen en daar werd ik me toch panisch van.

Aan welke uitdaging ben jij nog niet toegekomen?
Ik heb al mijn uitdagingen gerealiseerd. Wellicht dat er in de toekomst nog een uitdaging op me ligt te wachten.

Waar trap jij niet in?
Geen idee. Ik ben vrij nuchter en laat me niet zo snel verrassen.

Met welke vraag loop je nog rond?
Ik heb geen vragen meer. Ik weet wat ik moet weten.

Wat eet jij met lange tanden?
Alles wat bereid is met uien. Dat lust ik niet echt.

Welke boek ligt er op je nachtkastje?
Ik ben geen boekenlezer. In ieder geval geen literair boek. Lees wel tijdschriften, de krant en lectuur over fietsen.

Waar steek jij geen tijd in?
Ik ben niet bepaald een stilzitter, spendeer als het nodig is wel tijd in bepaalde zaken. Zoals het onderhouden van de fietsen.

Het mooiste gedicht?
Dat heb ik niet.

Wat is wreed?
Er zijn zoveel dingen die wreed zijn. Maar het is goed als mensen bewust blijven van het wrede dat nog altijd op de wereld is.

Wat mist Rhenen?
Volgens mij niets. Het bevalt me goed in Rhenen, maar ik blijf toch wel een hang en een verlangen  naar Zuid-Holland houden.

Wat is uitputtend?
In ieder geval geen 80 kilometer per dag fietsen of steppen. Daar draai ik mijn hand niet voor om. En dat allemaal zonder elke vorm van ondersteuning.

Waar mogen ze jou ’s nachts voor wakker maken?
Voor niets. Laat mij maar slapen.

Foto: Jan van Brink.