Diaree

Op een elektrisch vervoermiddel, een heuse kopie van een bromfiets, leerde ik onlangs een deel van de Betuwe kennen dat voor mij nog een onbekende omgeving bleek. Zoals bijvoorbeeld de omgeving tussen Lienden, Ommeren, Eck en Wiel, Maurik en Ingen. Genoemde plaatsen dacht ik goed genoeg te kennen, maar ik kwam, al geruisloos toerend met nog zes mede ‘bromfietsers’, tot de wetenschap dat dat niet het geval was. De tocht betrof een van de ‘vrijgezellenactiviteiten’ die ter ere van het huwelijk van mijn zoon was georganiseerd, die een aantal dagen later zijn ja-woord aan zijn verloofde zou geven.

Tijdens de rit door een prachtige natuur, met veel in bloei staande tuinen en fruitbomen, en de meest fraaie huizen, viel me op dat in tal van fruitstalletjes het lekkerste fruit lag. Waaronder kersen, aardbeien en pruimen. De kraampjes waren niet op de vingers van twee handen te tellen. Bij het zien van die kramen moest ik onwillekeurig denken aan mijn jeugdjaren. Waarin ik met mijn opa Wout ook fruit verkocht vanuit een fruitkraam in een van de boomgaarden in de Nude, gelegen tussen Rhenen en Wageningen. Mijn opa zorgde er vroeg op de dag voor dat de kraam gevuld was met pruimen, kersen en aardbeien. Voor de middag toerde ik op een oude barrel van een fiets naar de kraam.

’s Avonds om 7 uur brachten we het niet verkochte fruit naar de schuur van een boer die aan de overkant van de boomgaard zijn boerderij had. Mijn opa had een kistje fruit samengesteld waaruit ik gratis kon eten. Aardbeien en kersen maakten het ‘kistje-gezond’ compleet. Ik at er meer van dan mijn opa. Die had genoeg aan een boterham met dik spek, of met een andere worstsoort of een dik plak kaas. Voor mij zaten er ook wat boterhammen in. Maar ik at liever de Reine Claude. Die lekker zoete pruim. Ik zag de mond van mijn opa wel de hele dag kauwende bewegingen maken. Maar niet op de sappige vruchten. Hij pruimde. Tabak. Met zijn onregelmatig bruin tot donker gebit, waaraan ook een paar tanden ontbrak, genoot hij van pruimtabak. Om die vervolgens, nadat de smaak of de kracht er van af was, met een voor mij onsmakelijk geluid achter het zeil van de kraam te spugen. Ik vond me het toch vies. Dat zag en wist mijn opa natuurlijk, maar hij liet weten nooit last te hebben van kiespijn. ‘Niet alleen klare wijn houdt de bacillen klein’, ook van ‘Pruimtabak heb je alleen maar gemak’; zijn de woorden die hij vaker gebruikte. Die ik altijd onthouden heb.

Ik kan me nog herinneren dat hij uit een grote Exotafles koude thee dronk. Dat ging er bij mij ook niet in. Ik haalde het vocht wat ik nodig wel uit het fruit. Waar ik de hele dag van smulde. Maar de keerzijde daarvan was dat ik menige keer met diarree te kampen had. Dat ging ik vervolgens diep de boomgaard in, gewapend met een oude krant, om mijn gevoeg te doen. De periode dat ik mijn opa assisteerde in zijn kraam duurde ongeveer 6 weken. Ik kreeg 5 gulden per week. Die droeg ik thuis netjes af, want elk dubbeltje was welkom in ons groot gezin. Het eten van fruit is me in latere jaren, en nog steeds niet tegen gaan staan, en ik weet inmiddels hoe ver ik kan gaan om weer niet met de drang van diarree het toilet op te zoeken.

Reageren: jansenh@ziggo.nl